Prometheus logo
linkerzijde



Hafid Bouazza (13 mei 2004)

Hafid Bouazza wordt op 8 maart 1970 geboren in Marokko en groeit op in Oujda. Op zijn zevende jaar verhuist het gezin naar Nederland, naar het Zuid-Hollandse Arkel. Na de middelbare school studeert hij Arabische taal- en letterkunde aan de Universiteit van Amsterdam en blijft daar enige tijd werkzaam als vertaler en docent.

Bouazza debuteert in 1996 met de verhalenbundel De voeten van Abdullah. waarvoor hij de E. du Perronprijs 1997 in de wacht sleept. Deze debuutbundel behoudt maandenlang een plaats in de top 10 van bestverkochte boeken. De novelle Momo verschijnt in 1998 en ook hierin toont Hafid Bouazza wederom zijn grote taalgevoeligheid, waarnemings-vermogen en stilistisch kunnen. Vrij Nederland schrijft in mei 1998: “In vergelijking met de uitdagende, veelal scabreuze en satirische verhalen in De voeten van Abdullah is Momo opvallend verstild-dichterlijk van toon.”

Het wachten is, zo menen meerdere critici vervolgens, op een groter prozawerk. Dat verschijnt in 2001, in de vorm van de extreem barokke roman Salomon. Dit boek wordt wisselend ontvangen: het is een bevestiging van Bouazza’s meesterschap volgens de één, en een onsamenhangende beeld- en taalontsporing volgens de ander. Beide meningen komen mooi samen in een recensie van Thomas Blondeau: http://www.leidenuniv.nl /mare/2001/14/bibliotheek.html
Bouazza besteedt niet ál zijn tijd aan het schrijven van proza, maar wijdt zich ook aan toneelwerk en het samenstellen van poëziebloemlezingen.
Tel daar nog het essay bij op dat hij schreef voor de boekenweek van 2001 en we komen tot de volgende bibliografie:

De voeten van Abdullah (verhalen, 1996)
Momo (novelle, 1998)
Apollien (toneelstuk, 1998)
Schoon in elk oog is wat het bemint De mooiste klassieke Arabische liefdesgedichten (bloemlezing, 2000)
Beer in bontjas (boekenweekessay, CPNB 2001)
De slachting in Parijs (bewerking van het toneelstuk van Christopher Marlowe, 2001)
Salomon (roman, 2001)
Rond voor rond of als een pikhouweel (bloemlezing, 2002)
Othello (bewerking van het toneelstuk van William Shakespeare, 2003)
Het monster met de twee ruggen (operatekst, 2003)

Bouazza publiceert regelmatig in dag- en weekbladen als het NRC-Handelsblad, Trouw en Vrij Nederland. Op 17 augustus was hij gast in het door Joost Zwagerman gepresenteerde televisieprogramma Zomergasten.
In november 2003 verscheen zijn nieuwe roman Paravion.

Paravion
In het sprookjesachtige, maar straatarme dorpje Morea verschijnt tijdens de middagsiësta in een luchtspiegeling Paravion - de stad van belofte aan de Amstel, waar men zich niet in een aftandse Simca, maar in fonkelende Mercedessen verplaatst. De mannen van Morea laten hun vrouwen en dochters achter onder de hoede van hun zonen en gaan per vliegend tapijt (par avion) op zoek naar Paravion. 'Dit is Paravion - zie, zijn minaretten zijn al zichtbaar! Ze rijzen fier als opgeheven middelvingers zenitwaarts, streven de deemoedige kerktorens voorbij. Nog hogere minaretten stonden in de steigers en de allerhoogste werden ontworpen. Nog even, zo ging het gerucht in het theehuis, en ook alle kerken zouden moskeeën worden.'
Hoe liederlijk de Moreaanse mannen in Paravion zich ook gedragen, ze blijven dromen van hun geboortedorp, waar de vrouwen nog gehoorzaam-heid en schaamte kennen. 'In Paravion liepen dingen anders dan zij zouden willen. Zij hadden geen autoriteit, er was geen erkenning voor hun mannelijkheid, het natuurlijke overwicht van hun kunne ging hier verloren.' Ze besluiten terug te keren naar Morea 'om een boeket te plukken van verse bruiden, zedig van lichaam en geest'. Dat zal tegenvallen: ook in Morea blijken de tijden veranderd te zijn en is het verderf al ingezet.
Of om een lang verhaal kort te maken: een overrompelende roman, geschreven in bedwelmend Nederlands.
(Weekblad Knack 29-10-03, interview Piet Piryns, www.geocities.com).

Bouazza: “Ik zie vooral domheid en fanatisme om me heen.” Moslims verdenken hem van zelfhaat, maar voor veel Nederlanders was het een opluchting dat de kritiek eindelijk door iemand uit de Marokkaanse gemeenschap werd geleverd. De roman Paravion handelt over import-bruiden, vliegende tapijten, testosteron en heimwee: ‘Geen hart kan kloppen in twee oorden tegelijk.’ “ Wie in een ander land gaat wonen en verwacht dat alles bij hetzelfde kan blijven, heeft werkelijk niet begrepen wat immigratie is. Ik hoor de moslimbroeders zeggen dat de Marokkanen in Nederland zich moeten emanciperen. Nee, ze moeten individualiseren. Racisme is: mensen over één kam scheren of met elkaar verbinden vanwege hun afkomst. Ik draag mijn afkomst niet als een button op mijn T-shirt. Ik wil ook niet de spreekbuis zijn van de Marokkaanse gemeenschap. Laat om te beginnen iedere Marokkaan maar eens voor zichzelf praten.”

NRC-Handelsblad : “Hafid Bouazza heeft zijn barokke woordlust ingetoomd en dat is zijn nieuwe roman ten goede gekomen. Maar zijn vocabulair blijft even muzikaal als literair. Een lofzang op liefde en verbeelding gaat samen met grimmig realisme over emigratie en behoudzucht van cultuur en geloof.”